De vesica pisces in de tarotkaart de Wereld

De tarotkaart de Wereld is een makkelijker herkenbare tarotkaart met in het midden een naakte vrouw in een vesica piscis omringt door vier figuren.
De vesica piscis is een Pythagoreaans symbool dat in verschillende spirituele tradities voorkomt. De naam betekent letterlijk blaas van de vis. Het is een verwijzing naar vrouwelijke genitaliën die een visgeur verspreiden, meestal het gevolg van onvoldoende hygiëne of infectie.
Waarom is dit symbool verbonden met de Pythagoreanen?
De volgers van Pythagoras hadden de gewoonte om een appel te schenken aan vreemden. Ze gebruikten het als een geheim paswoord. Als je de symboliek van de appel begreep, sneed je de appel in het midden door. Als je een appel horizontaal snijdt, verschijnt een pentagram in een cirkel. Snijd je het verticaal door, dan verschijnt een vesica pisces, een puntige ovaal gevormd door kruisende cirkels.
De amandelvormige geometrische figuur was voor Pythagoreanen een verwijzing naar de interactie tussen polariteiten, in het bijzonder vruchtbaarheid en daardoor het symbool voor het vrouwelijke goddelijke. Dit symbool stelde het samensmelten van alle tegenstellingen tot een éénheid voor. De wereld was voor Pythagoreanen een plaats waarin de materie en de sacrale ruimte samensmolten.

Deze visie spreidde zich in de Oudheid en beïnvloedde verschillende (westerse) religies, waardoor de vesica piscis tegenwoordig overal wordt gezien als een symbool voor de directe manifestatie van het goddelijke op deze wereld. Het vormt een spiritueel geboortekanaal, een doorgang van deze naar een andere wereld.


Christus wordt in de Romaanse en Gotische periode vaak afgebeeld in een amandelvormige figuur, een mandorla. Hij wordt omringd door een mens, een leeuw, een stier en een vogel (meestal een arend). Deze figuren zijn een verwijzing naar de vier evangelisten Matheus, Marcus, Lucas en Johannes.
In de Christelijke literatuur lezen we de eerste beschrijving deze vier figuren in het boek van Openbaring. Ezekiel zag in een visioen hoe de hemel zich opende en God zich kenbaar maakte, gezeten in een wagen getrokken door vier schepsels. In Ezekiel 1: 5-12 worden de schepsels omschreven als het lichaam en de ledematen van een mens, elk met vier hoofden en vier vleugels.

Hoe kwam de schrijver van het Boek der Openbaring er op om de figuren zo te omschrijven?
De vier figuren met vleugels kunnen we terugvinden in afbeeldingen uit de streek van Egypte en Syrië, vanaf 2500 voor Christus.
Voor de omschrijving van de figuur van de arend gebruikt men in Oud-Hebreeuwse teksten het woord neser.  Dat woord is afgeleid van oudere semitische talen en betekent 'valk'.

Babylonische en Egyptische koningen werden soms omschreven als 'de grote valk'een verwijzing naar de goddelijk status van de koning, als een manifestatie van de god Horus.
Een ander dier dat vaak wordt gebruikt bij het omschrijven van een koning is de stier, voornamelijk als een verwijzing naar de goddelijke kracht die door de koning heen stroomt. De leeuw is het symbool van de bewaker van grenzen.
De naakte figuur op de tarotkaart van de Wereld verenigt al deze energieën. Zij is een mens en een goddelijke manifestatie, waardoor kracht stroomtZe bevindt zich tussen twee werelden en bewaakt de grens tussen de wereld van de mensen en die van de goden.